Het adviesbureau Witteveen+Bos heeft in 2017 de belangrijkste water- en stofstromen in beeld gebracht voor waterschap Vechtstromen via een watersysteemanalyse per stroomgebied. Deze studie is uitgevoerd om concreet handelingsperspectief te definiëren om de KRW-doelen voor de chemie te behalen: welke maatregelen zijn waar inzetbaar om de waterkwaliteit te verbeteren?

In 2016 is in de regio’s Oost en Zuid het programma Lumbricus gestart, als deelprogramma van het landelijke Kennis- en Innovatieprogramma Bodem en Ondergrond (KIBO). In dit kader wordt kennis over de samenhang tussen bodem, zoetwater en ondergrond ontwikkeld én toegepast in proeftuinen van de Waterschappen Aa en Maas, Vechtstromen, Limburg, en Drents Overijsselse Delta.

Ondernemingen met biomassaverbrandinginstallaties zijn geïnteresseerd in de mogelijke toepassing van houtassen als (kalk)meststof. Daarbij speelt naast een verbetering van de business case (minder afzetkosten voor de assen) ook de wens tot maatschappelijk verantwoord ondernemen (sluiten van kringlopen) een rol. Naast een directe toepassing als (kalk)meststof wordt het gebruik van houtassen als grondstof voor (kalk)meststoffen en verwerking in compostproducten als potentiële toepassing gezien.

Background of quality standards in the Netherlands, Denmark, Germany, United Kingdom and Flan ders

De huidige stikstofbemestingsrichtlijnen zijn afgeleid met behulp van stikstoftrappenproeven, die meerdere jaren op meerdere percelen en grondsoorten zijn uitgevoerd. Op basis van relaties tussen de optimale N-gift in die proeven en de Nmin-voorraad in het voorjaar zijn rekenregels afgeleid, die over het algemeen zijn gegeneraliseerd naar gewas en in enkele gevallen ook naar grondsoort en teeltdoel.

Het HIP-project onderzoekt de duurzame productie van biokerosine voor de luchthavens van São Paulo en Rio de Janeiro. De grondstof wordt geproduceerd in de regio's Minas Gerais, Campinas en Rio Grande do Sul. De vereiste toename van de productie van biomassa kan worden bereikt door een hogere productie-efficiëntie en uitbreiding van het gebied dat wordt gebruikt voor de productie van biomassa.

Samen met Wageningen Plant Research heeft NMI gewerkt aan een verkenning van de economische en milieukundige aspecten van de export van struviet naar West Afrika. Struviet (magnesium ammonium fosfaat) wordt op steeds meer waterzuiveringen geproduceerd uit afvalwater. Door het overschot aan fosfaat uit mest in de Nederlandse landbouw is er hier echter nauwelijks vraag naar. 

Het vijfde Nederlandse Actieprogramma Nitraatrichtlijnen biedt ruimte voor zgn. equivalente maatregelen: maatregelen waarbij gebruiksnormen verhoogd kunnen worden zonder dat de milieukwaliteit verslechterd.

Het ministerie van Economische Zaken (EZ) heeft LEI Wageningen UR en NMI (Nutriënten Management Instituut) gevraagd hoe de markt voor herwonnen nutriënten zich ontwikkelt wanneer er geharmoniseerde productspecificaties voor organische meststoffen gelden en wanneer kunstmestvervangers gemaakt uit dierlijke mest, wettelijk gelijk zijn gesteld aan kunstmest.

In opdracht van Productschap Zuivel is in deze studie nagegaan hoe de bodemvruchtbaarheid en voederwaardekwaliteit zich vanaf 2000 tot nu toe heeft ontwikkeld en wat de verschillen zijn tussen regio’s.