Gerard Ros, Christy van Beek, Saskia Visser

AgroCares Scanner image Op de Nederlandse bodemtop van 11 september 2019 presenteerden LNV en Wageningen-UR hun rapport BLN waarin staat beschreven welke bodemparameters gemeten zouden moeten worden om de bodemkwaliteit van landbouwbodems in Nederland vast te stellen. Het geeft daarmee concreet richting aan de monitoring van duurzaam bodembeheer. Dit is een belangrijke stap voor de bodem en voor Nederland, want bij de realisatie van Nederlandse maatschappelijke opgaven voor klimaat, water en biodiversiteit vormt de bodem letterlijk de basis. En daarom is het goed dat er nu een standaard is voor de parameters voor het meten van duurzaam bodembeheer.

Het meten van de bodemkwaliteit is namelijk een lastige klus, want bodems veranderen onder invloed van de aanwezige bodembiologie, het landgebruik en bodembeheer van de boer en het weer. Daarnaast zijn er in Nederland veel verschillende soorten bodems, waarbij elke bodem andere kenmerken heeft die sturend zijn voor de functies die die bodem kan leveren. Een kleibodem heeft bijvoorbeeld heel andere kenmerken dan een zandbodem, zowel voor de landbouwkundige waarde als de bijdrage die het kan leveren aan een duurzame leefomgeving. Dit betekent ook dat de diensten die een bodem kan leveren – zogenoemde bodemfuncties – sterk kunnen variëren. Zandbodems hebben van nature een veel hogere infiltratiecapaciteit dan kleibodems, waardoor deze bodems gevoeliger zijn voor droogte en uitspoeling. Vervolgens is er nog het issue van de meettechniek. Als je de verschillende meettechnieken om een bepaalde parameter te bepalen naast elkaar zet, zie je dat, naast alle variabelen van de bodem, ook de meettechniek van invloed is op de waarde van de parameter. Dit geldt niet alleen voor bodemfysische metingen als bijvoorbeeldde infiltratie capaciteit dat gemeten kan worden via een ringproef, met een disk-infiltrometer of met de omgekeerde boorgat methode, maar in beperktere mate ook voor metingen als het organisch stofgehalte. Afhankelijk van de gewenste nauwkeurigheid kan (en moet) dan ook gezocht worden naar de meest geschikte meetmethoden. Recente ontwikkelingen op het vlak van sensortechnologie bieden daarbij in toenemende mate robuuste en goedkope alternatieven met een vergelijkbare nauwkeurigheid als chemische methoden.

Veranderingen in temperatuur, bodemvocht en grondwaterstanden – als resultante van weer, bodemtextuur en bodembeheer - worden al decennia gemonitord met sensoren. De ontwikkeling van bodemsensoren daarentegen maakte in de jaren ’90 van de vorige eeuw furore, waarbij de focus vooral lag op het meten van het organische stofgehalte, de textuur en de kleimineralogie. De laatste 20 jaar is er ook vooruitgang geboekt in het voorspellen van aggregaatstabiliteit, microbiële activiteit en de beschikbaarheid van nutriënten. Het meest bekende voorbeeld in Nederland hiervoor is het gebruik van Near InfraRed Spectroscopie (NIRS). Van de routinematige bodemanalyses die in Nederland worden uitgevoerd binnen de agrarische sector, worden alle basis bodemkenmerken vandaag de dag al bepaald via NIRS. De nauwkeurigheid daarvan is vergelijkbaar met dan wel beter dan de chemische en biologische analyses, kortweg omdat de reproduceerbaarheid hoger ligt. Randvoorwaarde hiervoor is wel dat de database voldoende groot is, de kalibratiedatabase opgezet is bij een kwaliteitslaboratorium én de juiste statistiek wordt toegepast. Recente ontwikkelingen bij agrarische laboratoria en bedrijven laten zien dat sensor fusion met spectrale informatie uit het NIR- en MIR-spectrum in combinatie met XRF tot verrassende nauwkeurige schattingen leidt van agronomisch relevante nutriënten. De inzet van Deep Learning algoritmes maken het mogelijk om nauwkeurige ‘metingen’ te doen voor allerlei type bodems. Dit geldt niet alleen voor de basis bodemkenmerken als de pH, het organische stofgehalte en de stikstoflevering, maar ook voor de kation bezetting van de CEC en de mogelijkheid om fosfaat te bufferen in de bodem. Deze sensoren zijn vandaag de dag beschikbaar, ook voor de Nederlandse markt.

Samenvattend, als je gebruik maakt van ground based sensors heeft de bodembeheerder snelle resultaten over relevante bodemparameters, kunnen verschillen tussen en binnen percelen en over tijd gemeten en gemonitord worden, en kunnen de resultaten snel omgezet worden naar gericht advies voor kwaliteitsverbetering. Bijkomend voordeel is dat spectra eenvoudig digitaal opgeslagen kunnen worden waardoor het mogelijk is om in een later stadium gebruik te maken van algoritmes (die zich snel en continue ontwikkelen en verbeteren) om bodemeigenschappen nauwkeurig te ‘meten’. En hierbij komen we direct op de ambitie van onze minister van Landbouw dat in 2030 alle Nederlandse landbouw bodems duurzaam worden beheerd. Om dat te realiseren, wordt in 2019 en 2020 een nulmeting uitgevoerd en moet in de komende jaren de ontwikkeling in bodemkwaliteit worden gemonitord en geborgd. Gezien het grote potentieel van de nieuwe technieken met bodemsensoren, zijn wij van mening dat vanaf het begin (de 0-meting) zowel gebruik moet worden gemaakt van conventionele als innovatieve meetmethodes met sensoren. Alleen dan is het beheer en monitoren van de bodemkwaliteit daadwerkelijk toekomstbestendig!

OS balans

Bodemvruchtbaarheid is één van de hoofdthema’s van het keurmerk On the way to PlanetProof. Binnen dit thema is het realiseren van een positieve organische stofbalans (OS-balans) een vereiste.  Een organische stofbalans brengt in beeld wat de benodigde aanvoer van organische stof is, om de afbraak van organische stof in de bodem te compenseren. 

Update internationaal en Zuid-Europa

Voor de berekening van de OS-balans is er de online rekentool die het Nutriënten Management Instituut (NMI) in opdracht van SMK heeft ontwikkeld. Deze tool was tot nu toe alleen beschikbaar in het Nederlands. Vanwege de internationalisering van On the way to PlanetProof heeft NMI deze rekentool nu ook vertaald naar het Engels en een aantal aanpassingen doorgevoerd voor toepassing van de tool in Zuid-Europa. Een van de aanpassingen betreft de correctie voor de afbraaksnelheid van organische stof in de bodem als gevolg van de hogere bodemtemperatuur in Zuid-Europa. Daarnaast is een aantal nieuwe gewassen toegevoegd aan de database: citrusfruit, perzik, nectarine, abrikoos, meloen en watermeloen.

OSbalans

De nieuwe internationaal toepasbare rekentool OS-balans is beschikbaar via: www.om-balance.org. Hierin is via het menu een keuze te maken voor de Engelstalige of Nederlandstalige versie. Daarnaast kan bij de invoer van de bedrijfsgegevens nu ook een keuze gemaakt worden voor de regio Zuid-Europa. Op termijn zal de nieuwe versie de huidige tool vervangen, maar vooralsnog blijft deze nog toegankelijk om de ingevoerde gegevens niet verloren te laten gaan.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Romke Postma, e-mail This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it., tel. 06 4602 0776

Uit metingen aan negen veenweidepercelen in de polder Groot Wilnis-Vinkeveen bleek dat het gras gemiddeld voldoende fosfor (P) bevatte voor melkkoeien. Er was echter wel veel variatie in de bodem P-toestand van percelen en dit was terug te zien in de gras P-gehalten. Dit betekent dat er winst valt te behalen voor de waterkwaliteit door drijfmest goed te verdelen binnen het bedrijf. Daarmee kan de P-kringloop verder worden gesloten.

Lees hier een in V-focus verschenen artikel met betrekking tot dit onderwerp.

Voor meer informatie over dit onderwerp en artikel kunt u contact opnemen met Debby van Rotterdam, e-mail This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it., tel. 06 2517 9329

 

Het Nutriënten Management Instituut (NMI) heeft samen met onderzoekscentrum B-Ware, provincie Noord-Holland, agrarische collectieven en de waterschappen Rijnland en Amstel, Gooi en Vecht risicokaarten ontwikkeld voor weidevogelleefgebieden in Noord-Holland. Deze kaarten laten per perceel zien of het plasdras zetten van het perceel negatieve gevolgen kan hebben voor de waterkwaliteit.

Lees verder en klik hier voor het uitgebrachte rapport en hier voor de factsheet

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Debby van Rotterdam, e-mail This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it., tel. 06 2517 9329

We draaien al jaren aan de knoppen voor stikstof en fosfaat met ons landbouwbeleid. Maar resultaten blijven uit. Hoe kan dit? En wat doen we hiermee?

Dit was de aanleiding voor onderzoek dat door het NMI in opdracht van Wetterskip Fryslân en Mesdag Zuivelfonds recent is uitgevoerd en waarbij metingen aan de basis liggen. Tijdens het onderzoek stonden twee vragen centraal: Is de herkomst van de vervuilingsbronnen goed in beeld en met welke maatregelen valt het beste te sturen op de stikstof- en fosforbelasting van het water?

Niscoo organiseert op woensdagavond 18 september een discussiebijeenkomst over de resultaten van dit onderzoek. Aan het woord komt onderzoeker Gerard Ros van het NMI. Hij is verantwoordelijk voor dit onderzoek en vertelt u graag over de resultaten en de interpretatie daarvan.
Het is een avond om met betrokken partijen de discussie aan te gaan, om kennis te delen en samen op zoek te gaan naar de sleutel voor waterkwaliteit. Wat kan de landbouw hieraan bijdragen? En met welk beleid moeten we gelijk mee stoppen?
Deze avond is niet alleen interessant voor u als boer, maar zeker ook voor beleidsmakers en andere openbare bestuurders. U bent dan ook van harte welkom.
Er zijn geen kosten verbonden aan de avond, maar opgave vooraf is noodzakelijk. Vol is vol.

Meer informatie over het onderzoek vindt u hier: http://www.mesdag-fonds.nl/nieuws/125/bodemstructuur-en-bodemvruchtbaarheid-meest-bepalend-voor-hoeveelheid-stikstof-en-fosfaat-in-oppervlaktewater.html

Locatie

Waar: Voetbalstadion Heerenveen
Aanvang: 20:00uur (inloop vanaf 19:30) ingang J: parkeren op P4
Aanmelden: https://www.niscoo.nl/form/18-september-bemesting-en-waterk