Organisch in de discussie

Organische stof, wie in de agrarische sector heeft het woord nog niet in de mond genomen. Momenteel heeft het beestje een andere naam gekregen ‘koolstof boeren’. Met behulp van een groenbemester meer CO2 in de bodem vastleggen. Hetzelfde principe als een vanggewas zaaien na een hoofdteelt om het overgebleven nitraat in te vangen. Net andersom dan de nieuwe Ford Fiesta, aan alles gedacht, behalve een nieuwe naam.

In Oostenrijk zijn ze een proef gestart waar boeren voor elke ton CO2 die zij in de bodem vastleggen een vergoeding van €30,- krijgen. De vergoeding wordt betaald door particulieren of bedrijven die hun CO2 voetafdruk willen verlagen door CO2 credits te kopen. Een mooie manier die een win/win situatie creëert voor landbouwers en partijen die hun CO2 voetafdruk willen verlagen. Slimme marketing die de agrarische sector in een positief daglicht zet, iets wat vaker gedaan zou moeten worden.

Maar goed, terug naar organische stof. Ik heb het idee dat een aantal begrippen niet helemaal helder zijn. Vaak wordt alles onder organische stof geschoven maar er is een verschil in begrippen en processen. Die verschillende benamingen en begrippen wil ik graag met jullie delen zodat we voortaan allemaal hetzelfde bedoelen.

We beginnen met de betekenis van organisch. Organisch is de materie die het atoom koolstof (C) bevat in combinatie met waterstof (H), zuurstof (O) en/of stikstof (N). Koolstofdioxide (CO2) is een anorganische verbinding net zoals methaan (CH4). Organisch materiaal zijn dode of levende planten, drijfmest soorten en composten. Organische Stof (OS) is organisch materiaal dat onderdeel van de levenscyclus van het bodemleven is geweest en in een stabielere vorm in de bodem aanwezig is, ook het bodemleven wordt tot OS gerekend. Het deel van het toegediende organisch materiaal dat 1 jaar na toediening nog aanwezig is in de bodem wordt de effectieve organische stof (eos) genoemd. Als een perceel jaar op jaar meer eos krijgt toegediend dan er jaarlijks aan OS wordt afgebroken, dan wordt de organische stof voorraad in de bodem opgebouwd. Deze balans wordt de organische stof balans genoemd en kan per perceel berekend worden. Echter, om een resultaat van een hoger OS-gehalte op de bodemanalyse te zien zal er vele jaren sprake moeten zijn van een positieve organische stofbalans. Maar waarom zou je dan het OS niveau verhogen?

Niet in alle gevallen zal een hoger OS gehalte een beter saldo van je perceel geven. Echter is je bodem droogtegevoelig, gevoelig voor verdichting, slempgevoelig of heeft de bodem een hoog lutum/klei gehalte (%afslibbaar) en een laag OS%, dan kan de juiste organische stof geheid een positief effect op je bodem hebben. Organische stof kan deze negatieve effecten namelijk verminderen door zijn vochtvasthoudend vermogen, compactie van de bodem deels verminderen door zijn verende werking en zijn klevende eigenschappen, waardoor OS bijdraagt aan de verbetering van de bodemstructuur.

Terug naar de processen, in de bodem wordt jaarlijks ±2% van de totale OS voorraad afgebroken door het bodemleven, dit heet mineralisatie. Het bodemleven verbrandt of oxideert de organische stof onder invloed van zuurstof. Bij deze reactie komt energie, mineralen en CO2 vrij. Die energie gebruiken de bacteriën en schimmels om te groeien en vervolgens zichzelf te vermenigvuldigen. Het bijproduct van de consumptie van OS zijn de vrije mineralen die juist nuttig zijn voor de planten. Mineralisatie wordt ook wel eens mobilisatie genoemd door het vrijkomen van mineralen. Immobilisatie is het vastleggen van mineralen. Vaak wordt dan het vastleggen van vrije stikstof (nitraat of ammonium) in de bodem bedoeld. Dit proces treed op als er organisch materiaal met een hoge koolstof/stikstof (C/N) verhouding (stro of hout) in de bodem wordt gewerkt, dus veel C en weinig N. Het bodemleven breekt deze producten af voor de energie die in het organisch materiaal zit opgeslagen zodat de bacteriën en schimmels zich kunnen vermenigvuldigen. Voor de vermenigvuldiging zijn echter ook mineralen nodig. Andere organische materialen bezitten vaak genoeg stikstof om in de vraag naar stikstof van het bodemleven te voorzien. Aangezien stro of hout weinig stikstof bevatten is voor de groei van bacteriën en schimmels dus een externe, makkelijk beschikbare bron van stikstof nodig. Is deze stikstof er niet dan zal het organisch materiaal traag worden afgebroken.

De voorgaande begrippen zijn een kleine verzameling maar het zijn net die essentiële begrippen om te begrijpen wat er wordt bedoeld. Dat is van belang voor discussies over organische stof in de bodem.

Geschreven door Dirk Thijssen