De herziening van de EG-meststoffenverordening bevindt zich in de laatste fase. De herziening wordt gezien als een belangrijke stap in het Circulaire Economie Pakket van de Europese Unie. Hiermee worden aan aantal belangrijke wijzigingen aangebracht die het gebruik van herwonnen nutriënten zouden moeten bevorderen. De bestaande positieve lijst van nauw omschreven kunstmesttypen wordt vervangen door productcategorieën, waarbij er naast de kunstmeststoffen ook organische meststoffen, bodemverbeteraars en biostimulanten worden opgenomen. Producten als bijvoorbeeld compost en digestaat kunnen dan in de hele Europese Unie worden verhandeld, zonder dat er in elk lidstaat aanvullende eisen en verschillende criteria worden gehanteerd.

Daarnaast wordt de mogelijkheid onderzocht om verschillende herwonnen grondstoffen -die nu nog als afvalstof worden beschouwd- toe te laten voor de productie van EG-meststoffen. Als EG-meststof hebben deze producten dan een einde-afval status bereikt. De afvalstatus verhindert in veel landen nu nog de toelating van herwonnen nutriënten als meststof. Voor struviet, assen en biochar ligt er nu een vergevorderd voorstel (StruBiAs) waarin de voorwaarden en criteria voor toelating worden beschreven. NMI was op 5 september aanwezig op een workshop van de ESPP in Brussel waar veel producenten van herwonnen nutriënten en belanghebbenden vertegenwoordigd waren. Het voorstel werd algemeen positief ontvangen als een belangrijke vooruitgang. Wel zijn er nog technische details die aandacht vragen, zoals de verplichtte analysefrequentie voor struviet. Ook de toegelaten ingangsmaterialen voor assen werden niet algemeen ondersteund. Wel onderstreepten de deelnemers het belang om de herziening voor de komende verkiezingen af te ronden, om verdere uitstel en mogelijk afstel te voorkomen.

Een categorie waarvoor de criteria en voorwaarden voor toelating nog minder vergevorderd zijn is die van de dierlijke bijproducten. Hiervoor wordt nu vanuit de Europese Commissie een onderzoekstraject opgezet waarin producten uit de mestverwerking onderzocht worden op landbouwkundige effectiviteit, risico’s op uitspoeling, vervluchtiging en verontreinigingen. Het gaat daarbij om ammoniumproducten uit luchtwassers en -strippers, struviet, mineralenconcentraat, dunne fractie van mestscheiding en digestaat. Na een eventuele toelating zouden deze producten dan een ‘einde-mest’ status krijgen, waardoor zij boven op de gebruiksnorm dierlijke mest mogen worden toegediend. Ook worden zij vrijgesteld van de verplichtingen uit de dierlijke bijproducten verordening, wat een enorme administratieve en logistiek lastenverlichting betekent.

De herziening van de EG-meststoffenverordening is een belangrijke vooruitgang en kan de opmaat zijn de ontwikkeling van transnationale markten voor herwonnen meststoffen binnen Europa. Vanuit NMI wordt onder meer binnen het North-West Europe Interreg project ReNu2Farm gewerkt aan dit onderwerp.

Meer weten over dit project of over de ontwikkelingen rond de meststofwetgeving? Neem dan contact op met Laura van Schöll, via a-mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of telefonisch via 06 5200 2193

De hoeveelheid houtassen die beschikbaar komen uit biomassa energiecentrales neemt toe. De Nederlandse regelgeving staat hergebruik van houtas in de biologische kringloop op dit moment niet toe. In opdracht van RVO heeft het NMI verkend op welke wijze de houtassen wel gebruikt zouden kunnen worden als meststof in de land- of bosbouw. Bij de komende herziening van de EG-meststoffenverordening wordt voorzien in de opname van assen als bestanddeel voor EG-meststoffen. Toetsing van de samenstelling van houtassen aan de Europese criteria laat zien dat slechts een beperkt deel van de houtassen zullen kunnen worden toegepast in EG-meststoffen.

Een verwerkingsroute die mogelijk wel perspectief biedt voor een circulair toepassing is de toevoeging van houtassen aan compost. Hiermee zijn in Duitsland en Oostenrijk reeds ervaringen opgedaan. Bij een toepassing in compost blijven de in de houtassen aanwezige nutriënten behouden in de biologische kringloop. Dit past in het streven van de Nederlandse overheid naar een circulaire biobased economy en het sluiten van kringlopen. De kwaliteit van de houtassen zal daarbij wel geborgd moeten zijn. Deze route biedt dan ook vooral perspectief voor de houtassen die afkomstig zijn van verbranding van reststromen uit bos en natuur- en landschapsbeheer.Voor de grotere biomassaverbrandingsinstallaties die stoken met gebruikt hout k(A en B kwaliteit) ligt een voortzetting van de huidige afzetroutes of mogelijk export van houtassen voor de hand. Voor de kleinere verbrandingsinstallatie die stoken op lokaal geoogst vers hout zou een toepassing van houtas binnen de kleine kringloop passen in de beleidsdoelstelling om nuttige toepassing van reststromen te stimuleren en kringlopen zoveel mogelijk lokaal te sluiten. Het volledige rapport vindt u hier.

NMI gaat in een vervolgtraject samen met RVO en de BVOR verkennen wat de wenselijkheid van hergebruik van schoon houtas in composteerprocessen is als men de verschillende visies, de huidige verwerkingspraktijk en de ervaringen in Duitsland naast de voorgestelde EU criteria meeneemt in de beoordeling.

Meer informatie hierover bij Laura van Schöll, e-mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., mobiel 06 5200 2193

Bent u betrokken bij de waterkwaliteit in het landelijk gebied en de invloed van de landbouw hierop? En wilt u meer weten over haalbare maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren? In deze cursus krijgt u inzicht in de bodemprocessen, hun invloed op de waterkwaliteit en de invloed van het agrarisch management op de uit- en afspoeling van nutriënten. Ook is er ruimte voor uw eigen casuïstiek. Schrijf nu in en ga in gesprek met onze experts.

Meer informatie

Nu de grasgroei weer op gang komt na het zeer droge en warme weer is de vraag of er nog stikstofbemesting nodig is? Veel graspercelen bevatten nu meer dan 30 kg Nmin per ha in de laag 0-30 cm wat betekent dat stikstofbemesting voor navolgende sneden niet nodig is. Dit blijkt uit metingen op 15 graspercelen in het project* “Meer maatwerk met stikstofbemesting en gewasmanagement op melkveebedrijven”. Vooral op beweide percelen is er meer dan 30 kg Nmin aanwezig. Wel bemesten in deze situatie leidt niet tot meer grasgroei. Het leidt vooral tot een hoger eiwitgehalte van het gras. Veel bedrijven hebben nog ruim voldoende mest in de put zitten die nog uitgereden moet worden. Beperk de gift dan tot 15 m3/ha om te hoge eiwitgehalten en het risico op te hoge Nmin waarden later in het najaar te vermijden. Daarmee beperkt u het risico op teveel nitraatuitspoeling. Zie ook het advies van de comissie bemesting.

Nmin meting gras 20 8 2018 stukje website

*) Het project “Meer maatwerk met stikstofbemesting en gewasmanagement op melkveebedrijven is een twee jaar durend project op 10 melkveebedrijven in de provincie Limburg. Het project is gericht op het verminderen van de nitraatuitspoeling tot onder de norm van 50 mg nitraat per liter in het grondwater door het goed toepassen van bestaande maatregelen. Het project wordt gesubsidieerd door de provincie Limburg.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Wim Bussink, e-mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., tel. 06 290 37 096

De grondgebonden landbouw kent vele uitdagingen en steeds meer agrariërs ervaren daarin tegenstrijdige boodschappen. Zo moet de sector de uit- en afspoeling van nutriënten naar het water en de verliezen van ammoniak verminderen. Tegelijkertijd is er een groeiende vraag naar meer weidegang, meer vogels en insecten, meer biodiversiteit en meer koolstofopslag. Na de Kansenkaart voor Waterkwaliteit en voor Agrobiodiversiteit in dit artikel de kansen voor Klimaat.

Lees hier een in V focus verschenen artikel met betrekking tot dit onderwerp, geschreven voor Gerard Ros van het NMI in samenwerking met Frank Verhoeven van Boerenverstand.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Gerard Ros, tel. 06 2951 3812, e-mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.