De grondgebonden landbouw kent vele uitdagingen en steeds meer veehouders ervaren daarin tegenstrijdige boodschappen. Zo moet de sector meer uit minder halen en de uit- en afspoeling van nutriënten naar het water en de verliezen van ammoniak verminderen. Tegelijkertijd is er een groeiende vraag naar meer weidegang, meer vogels, meer kruiden, meer koolstofopslag, meer waterberging en een betere bodemkwaliteit. En dat alles binnen de harde randvoorwaarde dat er voldoende geld verdiend moet worden om het bedrijf draaiend te houden op dure landbouwgrond.

Lees hier een in V focus verschenen artikel met betrekking tot dit onderwerp, geschreven voor Gerard Ros van het NMI in samenwerking met Frank Verhoeven van Boerenverstand.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Gerard Ros, tel. 06 2951 3812, e-mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

 

Het onlangs toegekende Interreg project ReNu2Farm hield op 5 en 6 maart haar Kickoff-bijeenkomst in Saarbruecken, Duitsland. NMI is een van de 10 partners van het internationale consortium. Het project heeft tot doel het gebruik van herwonnen meststoffen, zoals struviet, assen, compost, mestverwerkingsproducten en ammoniumnitraat te vergroten. Hierbij wordt uitgegaan van de wensen die telers hebben ten aanzien van de samenstelling en eigenschappen van meststoffen, passend bij teelt en bodemgesteldheid, en dit wordt teruggekoppeld naar de producenten van de herwonnen meststoffen. Daarnaast wordt verkend welke overige aspecten de ontwikkeling van een internationale markt bepalen, zoals logistiek en wettelijke aspecten. NMI brengt agronomische kennis over bodemvruchtbaarheid en kennis met betrekking tot de bemestingspraktijk in, alsook competentie bij het analyseren van het wettelijk kader voor grensoverschrijdende handel en transport van herwonnen meststoffen tussen Noordwest-Europese landen.

 

Lees verder


RE-gras voor een optimaal ruweiwitgehalte en een hoge N-benutting


RE-gras is een uitbreiding en verbetering van de vroegere temperatuursom module. Met RE-gras is het beter mogelijk om gericht te sturen op het realiseren van een RE-gehalte van 150 à 160 g per kg ds voor de eerste maaisnede op bedrijven met een grasrantsoen. Bedrijven met veel maïs zullen streven naar een hoger RE-gehalte.



Met RE-gras kunt u uw minerale meststoffen optimaal inzetten. Te vroeg strooien gaat ten koste van het ruweiwitgehalte en leidt tot extra N-verliezen. Te laat strooien kost opbrengst. RE-gras bepaalt voor u het optimale strooimoment. Met RE-gras kunt u beter sturen op een gewenst ruw eiwitgehalte en drogestofopbrengst bij een zo hoog mogelijke N-benutting. RE-gras is gebaseerd op T-som bemestingsproeven op diverse locaties en grondsoorten over een periode van 25 jaar. RE-gras levert een maatadvies omdat het rekening houdt met: 

  • de grondsoort 
  • de bodemvruchtbaarheid
  • de bemesting
  • uw productiedoel
  • het weer van de afgelopen weken
  • de 10-daagse weersverwachting.

Het vernieuwde RE-gras is online

Start RE-gras

Daarnaast is RE-gras ook als app beschikbaar door "Re-gras.nl" in te tikken in de browser van uw telefoon. 

Achtergronddocument RE-gras

Op 15 maart heeft NMI in samenwerking met Alliance een slotbijeenkomst georganiseerd voor aspergetelers en andere belanghebbenden in de aspergeteelt. Op deze middag hebben Romke Postma en Dirk Thijssen de resultaten uit het waardenetwerk gepresenteerd. Ook DCM en Alliance hebben een presentatie gehouden op deze middag.

 

 Lees verder

Agrarisch toeleverancier Alliance en het Nutriënten Management Instituut (NMI) organiseren op donderdag 15 maart a.s. gezamenlijk een informatieve middag die in het teken staat van de aspergeteelt. Het NMI zal onder andere haar resultaten van de nitraat metingen uit het waardenetwerk van aspergetelers prestenteren. Daarnaast kunt u, indien gewenst, deze middag mee laten tellen voor de verlenging van de spuitlicentie competentie ‘teelt’. Deelname aan de bijeenkomst is gratis. Het volledige programma kunt u hier lezen.

Voor meer informatie kunt u het artikel in de Nieuwe Oogst lezen.