Het kringlooppakket is een initiatief van NMI en PPP-Agro Advies, in samenwerking met de agrarische collectieven Water, Land & Dijken en Rijn, Vecht en Venen. De pilot wordt gefinancierd door Waternet (Amstel, Gooi en Vecht), Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Programmabureau Utrecht-West en provincie Noord-Holland. Er doen twee groepen van tien boeren mee aan het kringloopproject, uit Noord-Holland (WLD) en Utrecht (RVV). Het kringlooppakket bestaat uit maatregelen en doelen die in een jaar met gemiddeld weer leiden tot een optimale opbrengst, lagere kosten en minder verliezen naar lucht en water. Lees hier de ervaringen van een deelnemer aan de pilot.

Op 4 en 26 oktober heeft het NMI in samenwerking met Agruniek Rijnvallei, New Bussinesses Agrifood, de Nederlandse Jagersvereniging 2 demodagen georganiseerd bij Gijs van der Woerd en het biologische bedrijf van Bart Boon ten behoeve van de voederbieten teelt in de provincie Gelderland. Het programma op beide dagen was volledig en liep uiteen van de bodem en het zaaien tot de bewaring en implementatie van voederbieten in het rantsoen. Beide dagen zijn goed bezocht waar zeker interesse voor de voederbieten teelt is gewekt onder de bezoekers. In bijgevoegde link heeft Nieuwe Oogst een artikel geschreven over de demodag bij Gijs van der Woerd en in deze link is een artikel geschreven over de bewaring en vervoedering van voederbieten. 

 

Foto 1: De nieuwe bietenrooier van Gijs van der Woerd met een luchtdruk wissel systeem

Foto 2: Wim Bussink legt in de profielkuil uit welke ras eigenschappen van de voederbieten geschikt zijn voor welke bodem en wat bodemverdichting voor consequenties heeft voor de teelt

Foto 3:  Bart Boon perst voederbieten samen met afgekeurde rijstwafels in een slurf. De voederbieten worden in een vijzel versnipperd en vermengd met de rijstwafels. Bietenrooier

Profielkuil Wim

Slurven van voederbieten en rijstwafels

Deze week verzorgt NMI samen met de WUR wederom de cursus Landbouw en waterkwaliteit voor professionals die werken op grensvlak van bodem, water(kwaliteit) en landbouw (27-28 september 2018).

De cursus gaat dieper in op de rol van de bodem en de invloed van het agrarisch management op de uit- en afspoeling van nutriënten. Onderdeel hiervan is het denken in kringlopen van nutriënten in relatie tot bodemeigenschappen, agrarische bedrijfsvoering en de meststoffenwet. Allereerst wordt een overzicht geschetst van de landbouw in Nederland en de rol van de bodem daarin. Aansluitend wordt dieper ingegaan op de processen in de bodem, de rol van de belangrijkste kringlopen en welke metingen meer inzicht geven in de lokale situatie. Ook wordt ingegaan over kansen vanuit de beleidscontext en relevante wet- en regelgeving op dit vlak. Een melkveehouder geeft inzicht in zijn dagelijkse praktijk. Daarnaast worden deelnemers uitgedaagd om hun vraag of eigen casus aan te dragen en in gesprek met deskundigen en medecursisten samen op zoek te gaan naar antwoorden, nieuwe inzichten of best practices. Na het volgen van deze cursus zijn de deelnemers:
• Op de hoogte van de belangrijkste bodemkringlopen: fosfaat, stikstof, koolstof en organische stof;
• Bekend met in de agrarische praktijk en afwegingen die een rol spelen in het agrarisch management door bijdragen van agrariërs;
• Op de hoogte van de wet- en regelgeving rond nutriënten, waaronder de meststoffenwet;
• In staat om de invloed van maatregelen in te schatten op de vastlegging en afvoer van organische stof en nutriënten in relatie tot agrarische grondgebruik, grondsoort en waterhuishouding.

Meer weten over de cursus of over de mogelijkheid de cursus te volgen of laten verzorgen op een andere datum? Neem contact op met Gerard Ros via e-mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of telefonisch via 06 2951 3812

De grondgebonden landbouw kent vele uitdagingen en steeds meer agrariërs ervaren daarin tegenstrijdige boodschappen. Zo moet de sector de uit- en afspoeling van nutriënten naar het water en de verliezen van ammoniak verminderen. Tegelijkertijd is er een groeiende vraag naar meer weidegang, meer vogels en insecten, meer biodiversiteit en meer koolstofopslag. Na de Kansenkaart voor Waterkwaliteit, voor Agrobiodiversiteit en voor Klimaat presenteren we in dit laatste artikel het totaalplaatje voor een melkveehouderijbedrijf. Daarbij geven we aan hoe wij denken dat een Kansenkaart de uitrol en valorisatie van ecosysteemdiensten in de agrisector mogelijk maakt.

Lees hier het in V focus verschenen artikel, geschreven voor Gerard Ros van het NMI in samenwerking met Frank Verhoeven van Boerenverstand.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Gerard Ros, tel. 06 2951 3812, e-mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

 

De herziening van de EG-meststoffenverordening bevindt zich in de laatste fase. De herziening wordt gezien als een belangrijke stap in het Circulaire Economie Pakket van de Europese Unie. Hiermee worden aan aantal belangrijke wijzigingen aangebracht die het gebruik van herwonnen nutriënten zouden moeten bevorderen. De bestaande positieve lijst van nauw omschreven kunstmesttypen wordt vervangen door productcategorieën, waarbij er naast de kunstmeststoffen ook organische meststoffen, bodemverbeteraars en biostimulanten worden opgenomen. Producten als bijvoorbeeld compost en digestaat kunnen dan in de hele Europese Unie worden verhandeld, zonder dat er in elk lidstaat aanvullende eisen en verschillende criteria worden gehanteerd.

Daarnaast wordt de mogelijkheid onderzocht om verschillende herwonnen grondstoffen -die nu nog als afvalstof worden beschouwd- toe te laten voor de productie van EG-meststoffen. Als EG-meststof hebben deze producten dan een einde-afval status bereikt. De afvalstatus verhindert in veel landen nu nog de toelating van herwonnen nutriënten als meststof. Voor struviet, assen en biochar ligt er nu een vergevorderd voorstel (StruBiAs) waarin de voorwaarden en criteria voor toelating worden beschreven. NMI was op 5 september aanwezig op een workshop van de ESPP in Brussel waar veel producenten van herwonnen nutriënten en belanghebbenden vertegenwoordigd waren. Het voorstel werd algemeen positief ontvangen als een belangrijke vooruitgang. Wel zijn er nog technische details die aandacht vragen, zoals de verplichtte analysefrequentie voor struviet. Ook de toegelaten ingangsmaterialen voor assen werden niet algemeen ondersteund. Wel onderstreepten de deelnemers het belang om de herziening voor de komende verkiezingen af te ronden, om verdere uitstel en mogelijk afstel te voorkomen.

Een categorie waarvoor de criteria en voorwaarden voor toelating nog minder vergevorderd zijn is die van de dierlijke bijproducten. Hiervoor wordt nu vanuit de Europese Commissie een onderzoekstraject opgezet waarin producten uit de mestverwerking onderzocht worden op landbouwkundige effectiviteit, risico’s op uitspoeling, vervluchtiging en verontreinigingen. Het gaat daarbij om ammoniumproducten uit luchtwassers en -strippers, struviet, mineralenconcentraat, dunne fractie van mestscheiding en digestaat. Na een eventuele toelating zouden deze producten dan een ‘einde-mest’ status krijgen, waardoor zij boven op de gebruiksnorm dierlijke mest mogen worden toegediend. Ook worden zij vrijgesteld van de verplichtingen uit de dierlijke bijproducten verordening, wat een enorme administratieve en logistiek lastenverlichting betekent.

De herziening van de EG-meststoffenverordening is een belangrijke vooruitgang en kan de opmaat zijn de ontwikkeling van transnationale markten voor herwonnen meststoffen binnen Europa. Vanuit NMI wordt onder meer binnen het North-West Europe Interreg project ReNu2Farm gewerkt aan dit onderwerp.

Meer weten over dit project of over de ontwikkelingen rond de meststofwetgeving? Neem dan contact op met Laura van Schöll, via a-mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of telefonisch via 06 5200 2193