Boeren hongerig naar praktische bodemkennis

Het Grote Bodemonderzoek brengt obstakels voor goed bodembeheer door boeren in kaart

 

Ruim de helft van de boeren wil meer maatregelen nemen om de kwaliteit van hun bodem te verbeteren, en meer dan driekwart van de boeren geeft aan dat ze behoefte hebben aan meer praktische kennis. Dit komt naar voren uit Het Grote Bodemonderzoek: het eerste landelijke online onderzoek naar bodembeheer door boeren. “Goed bodembeheer leeft bij de boeren. Dat vergt meer praktische handvatten en ontwikkelingsmogelijkheden”, stellen de initiatiefnemers.

 

Het Grote Bodemonderzoek is het eerste landelijke onderzoek dat kennis, houding en gedrag van boeren in kaart brengt. Bijna 2.000 melkveehouders en akkerbouwers, afkomstig uit alle Nederlandse provincies, deden mee. De informatie maakt het mogelijk (advies)diensten te ontwikkelen die beter aansluiten bij de boerenpraktijk. Het Grote Bodemonderzoek is een initiatief van communicatiebureau JEEN en nutriënten management instituut NMI. “Nu er steeds meer stemmen opgaan dat de kwaliteit van de Nederlandse bodem afneemt, werd het tijd om te onderzoeken hoe boeren dit ervaren en hoe ze ondersteund kunnen worden bij een beter bodembeheer.”, aldus Gijs Gjaltema van JEEN.

 

Boer wil meer doen voor de bodem

Zowel melkveehouders als akkerbouwers op alle grondsoorten noemen bodemverdichting en een tekort aan nutriënten voor een goede gewasgroei als problemen. Een kleine groepen boeren betitelt deze problemen zelfs als ‘ernstig’. Veel boeren willen dan ook méér maatregelen treffen om de bodemkwaliteit te verbeteren. Als belemmering hiervoor noemt 37% een te streng wettelijk kader en een derde noemt hoge kosten. Het grootste obstakel blijkt echter een gebrek aan (praktische) kennis, zo geeft 39% van de boeren aan. 25% zegt ‘niet te weten wat de juiste maatregelen zijn’ om de bodem te verbeteren en 14% rapporteert een ‘gebrek aan kennis over de bodem’.

 

Beter inspelen op kennishonger

Het gat tussen kennis en praktijk biedt kansen. “Uit het onderzoek blijkt dat boeren meer over hun bodem willen weten”, stelt Wim Bussink van NMI. “Zo geeft 70% aan interesse te hebben in deelname aan een studieclub over bodembeheer of een excursie langs collega’s die veel aan bodembeheer doen. Die kansen moeten beter worden benut. Het animo voor deelname aan studieclubs is bij jonge ondernemers iets hoger dan bij oudere ondernemers. Dit is een indicatie dat de nieuwe generatie nóg meer met hun bodem aan de slag wil. Ongeveer 80% van de boeren geeft aan vooral behoefte te hebben aan praktische informatie, die zich makkelijk vertaalt naar concrete maatregelen. Daar ligt een belangrijke uitdaging voor de samenwerkingspartners van de boer.”

 

NMI en JEEN werken samen met verschillende partners en sponsoren: Provincie Zeeland, Provincie Noord-Holland, Provincie Gelderland, provincie Noord-Brabant, Coöperatie CZAV, Agrifirm, Wageningen University & Research en VanDinter Semo. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Gijs Gjaltema (JEEN), Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., tel. 06 42 57 05 29 of Wim Bussink (NMI), Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., tel. 06 29 03 70 96

 

Na een periode van bijna 12 jaar heeft Daan Kuiper per 1 januari 2018 afscheid genomen als manager bij NMI. De managementtaken worden overgenomen door de senior-medewerkers uit het NMI-team. Henri Hekman blijft directeur van NMI.

Voor vragen kunt u contact opnemen met het secretariaat van NMI, e-mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., tel. 06 2903 7103

 

Volgt er herinzaai na het scheuren van grasland dan heeft de eerstvolgende grassnede genoeg aan 30 kilogram stikstof per hectare. Bij inzaai van grasland op bouwland is er in de eerste jaren na inzaai extra stikstof nodig voor de opbouw van een nieuwe graszode, is het advies van de Commissie Bemesting Grasland en Voedergewassen.

 

Gescheurd grasland kan meer dan 100 stikstof per hectare naleveren. Volgt er mais, dan is in het eerste jaar na scheuren alleen een N-rijenbemesting voldoende. Dit adviseert de Commissie Bemesting Grasland en Voedergewassen.

Het onlangs toegekende Interreg project ReNu2Farm hield op 5 en 6 maart haar Kickoff-bijeenkomst in Saarbruecken, Duitsland. NMI is een van de 10 partners van het internationale consortium. Het project heeft tot doel het gebruik van herwonnen meststoffen, zoals struviet, assen, compost, mestverwerkingsproducten en ammoniumnitraat te vergroten. Hierbij wordt uitgegaan van de wensen die telers hebben ten aanzien van de samenstelling en eigenschappen van meststoffen, passend bij teelt en bodemgesteldheid, en dit wordt teruggekoppeld naar de producenten van de herwonnen meststoffen. Daarnaast wordt verkend welke overige aspecten de ontwikkeling van een internationale markt bepalen, zoals logistiek en wettelijke aspecten. NMI brengt agronomische kennis over bodemvruchtbaarheid en kennis met betrekking tot de bemestingspraktijk in, alsook competentie bij het analyseren van het wettelijk kader voor grensoverschrijdende handel en transport van herwonnen meststoffen tussen Noordwest-Europese landen.

 

Lees verder